Hoofdstuk 6.

Esports is ‘(non) physical’ – een eerste scheiding

De discussie over de vraag of esports een vorm van sport is, wordt het meest gevoerd over het kenmerk fysieke vaardigheid. Een aantal sportfilosofen is vrij uitgesproken over de vraag of het binnen esports gaat om het testen van die vaardigheden. Dit is volgens hen niet het geval. In ieder geval niet op de wijze waarop binnen de traditionele sport fysieke vaardigheden een rol spelen (Borggrefe, 2018; Parry, 2018; Seth e.a., 2017; Wittkowsky, 2012). Seth e.a. (2017) stellen dat het binnen esports feitelijk alleen gaat om het manipuleren van de controller en dit is te mager om als sport – in haar traditionele betekenis – te worden aangemerkt. Ze geven aan dat dit pas gaat gebeuren als er grove motorische vaardigheden worden getest:

“Until eSports include motion-based video games (MBVGs) that track gross motor physical body movements within the game, the general public may not accept eSports as real sports” (Seth e.a., 2017, p.10). Parry (2018, p.14) is van mening dat : “... esports are not sports because they are inadequately human. They lack direct physicality and they fail to employ decisive whole-body control and whole-body skills…”

Jaren daarvoor stelde Hemphill (2005) dat de vaardigheden die binnen deze games worden getest, wel degelijk lichamelijk zijn. Dit tegen het toen (ook al) gangbare beeld dat computergames slechts ‘virtuele, niet belichaamde activiteiten zijn.’ Hemphill (2005, p.204) stelt zelfs dat cybersports prima zijn te plaatsen binnen de eerder genoemde dominante visie op sport:

“The computer games highlighted were shown to facilitate immersion and permit a range of visual, auditory, and haptic interactions within electronically generated sporting worlds. It is by virtue of the haptic or tactile connectedness and interactivity, whether through keyboard, game pad, foot pedal, cycling ergometer, or whole-body game controllers, that cybersport can be said to be consistent with the widely accepted (Suits/Meier) formalistic definition of sport.”

"Bij fijnmotorische vaardigheden gaat het vooral om de kleine spiergroepen die meer accuratesse en controle vereisen. Voorbeelden zijn sporten als darts, biljarten en pistoolschieten en dus ook de motorische vaardigheden die zijn vereist bij esports en computerspellen. "

Dreamhack 18 oktober 2019 in Ahoy Rotterdam (foto Jeroen Hoyng)

Grove- en fijnmotorische vaardigheden

Als het gaat om de fysieke vaardigheden binnen esports brengen enkele auteurs het onderscheid in tussen grove motorische vaardigheden en fijnmotorische vaardigheden (Holt, 2016; Jenny e.a. 2016). Grove motorische vaardigheden zijn herkenbaar in tal van sportactiviteiten zoals basketbal, handbal, schaatsen en hoogspringen. Dit zijn sporten waarbinnen grote spiergroepen zoals de quadriceps, hamstrings, biceps en gluteus maximus zijn betrokken en bepalend zijn voor de bewegingen. Denk daarbij aan hardlopen, springen en stoten. Bij fijnmotorische vaardigheden gaat het vooral om de kleine spiergroepen die meer accuratesse en controle vereisen. Voorbeelden zijn sporten als darts, biljarten en pistoolschieten en dus ook de motorische vaardigheden die zijn vereist bij esports en computerspellen. In de sport zijn beide type motorische vaardigheden te herkennen. Toch blijft de vraag of op grond van deze tweedeling een scheiding kan worden gemaakt tussen de activiteiten die wel en niet tot sport behoren, ondanks dat esports fijnmotorische vaardigheden vergt. Voor enkele auteurs is de afwezigheid van deze grove motorische vaardigheden binnen esports het argument om het niet aan te merken als sport (Holt, 2016, Parry, 2018). Van Hilvoorde & Pot (2016) bekijken de vraag naar de zogenaamde lichamelijkheid binnen esports vanuit een ander perspectief. In lijn met het onderscheid dat Tamboer (1992; 1993) ooit maakte tussen bewegingshandelingen en lichaamsbewegingen stellen zij dat binnen esports bewegingshandelingen noodzakelijk zijn in het realiseren van het speldoel. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld schaken, dammen en bridge. Zij zien dan ook geen enkel argument om esports, op grond van het kenmerk fysieke vaardigheid, buiten de definitie van sport te houden. Hoewel over dit kenmerk meer valt te zeggen, is duidelijk dat hierover geen overeenstemming is.■

Terug naar de inhoudsopgave?