Hoofdstuk 1.

Wat is esports?

De term esports werd eind jaren negentig geïntroduceerd. Esports is een samenstelling van de Engelse woorden electronic en sport en staat voor het competitief spelen – in de vorm van competities of toernooien – van computerspellen. Dit kan zowel individueel als in teams. Niet alle vormen van recreatieve gaming worden gezien als esports. Er is onderscheid te maken tussen esports (topsport), gamen (recreatief) en gamification (gebruik maken van games in een niet-game setting).

In dit ebook gaan we vooral in op esports. In onderstaande afbeelding (Mclaughlin, 2019) is de verscheidenheid aan varianten esports te zien.

Bron: Mclaughlin (2019)


Esports is dus niet hetzelfde als ►beweegapps of ►beweeggames. Bij esports blijft de lichamelijke activiteit meestal beperkt tot fijnmotorische handtechnieken. Maar er worden nu ook cross-overs ontwikkeld, zoals VR Arcade.

"Esports is dus niet hetzelfde als beweegapps of beweeggames."

Dreamhack 18 oktober 2019 in Ahoy Rotterdam (foto Jeroen Hoyng)

De roots van esports

Esports heeft een historie, die teruggaat naar halverwege de vorige eeuw. Tennis for Two (1958) zou je als de voorloper van esports kunnen beschouwen, maar dit spel is slechts sporadisch gespeeld en raakte al snel in de vergetelheid. Het eerste computerspel waarbij je tegen elkaar kon strijden en dat op meerdere plekken kon worden gespeeld, is Spacewar, bedacht door Steve Russell in 1962. Omdat een computer destijds net zo groot was als een klaslokaal, werd dit spel alleen op Amerikaans universiteiten gespeeld. Pas in 1971, door de komst van de microcomputer, bouwde Nolan Bushnell samen met Samuel 'Ted' Dabney een arcadehal versie van Spacewar genaamd Computer Space. Commercieel was dit geen succes. In 1972 richtten deze twee heren Atari op en dit computerbedrijf lanceerde dat jaar het videospel Pong. Dit tafeltennisspel werd een groot succes op het moment dat Atari in 1975 een versie uitbracht voor thuisgebruik. De lancering van Pong bracht diverse andere bedrijven op ideeën. Het speelautomatenbedrijf Taito kwam als eerste met racespellen (Astro Race 1973, Speed race 1974) waarbij twee spelers tegen elkaar konden racen. In 1980 lanceerde Autodesk het eerste virtuele sportspel Virtual Racquetball; door sensoren op een gewoon racket te plaatsen, kon je een computerized racquetball game spelen op het scherm.

Eerste esports wedstrijd

De Intergalactic spacewar olympics in 1972 wordt gezien als de eerste esportswedstrijd in de geschiedenis. Deze vond plaats op de Stanford universiteit in San Francisco. Het eerste grootschalige esportstoernooi was in 1980 de Space Invaders Championship. Er deden aan het door Atari georganiseerde evenement meer dan 10.000 deelnemers mee met als winnaar: Rebecca Heineman. Zij wordt daarom beschouwd als de eerste nationale kampioen van videogame toernooien. In de jaren tachtig werden zogenoemde public gaming festivals georganiseerd die het begin vormen van wat we nu aanduiden met esports (Borowy, 2012). In 1983 trok het U.S. National Video Game Team met een tour door Amerika, waarvan de wedstrijden werden uitgezonden op de televisie. In Nederland ging Atari met een roadshow langs festivals, pretparken en campings waar spelers in toernooivorm het tegen elkaar konden opnemen. Zo kwam op 22 juli 1984 de Atari Computer Show naar Duinrell (Wassenaar). De hoogste score die dag voor het racespel ‘Pit Stop’ leverde een van de auteurs [JH] een Atari-tas als eerste prijs op. Ook Nintendo organiseerde evenementen, zoals in 1990 een wereldkampioenschap in de Verenigde Staten met als hoofdprijs een gouden Nintendo spelcartridge.

Atari Computer Show 22 juli 1984, Duinrell Wassenaar (Foto Jeroen Hoyng)


Opmars na grote dip

De videogame-industrie zat eind jaren tachtig in een grote dip. Dat had te maken met slecht geproduceerde games. Het leek ontwikkelaars meer te gaan om kwantiteit dan om kwaliteit. Met de komst van het wereldwijde web in 1989, de daling van de computerprijzen en de nodige innovaties in hardware (multiplayer functies en local area networks) en software (waaronder first person shooter games) zorgden voor een boost in het gebruik van videogames (Jonasson and Thiborg, 2010; Jonasson, 2016). Bovenstaande innovaties leidden volgens Wagner (2006) tot twee verschillende gaming-culturen in de jaren negentig, die als het echte begin van esports gezien worden:

  • In Noord-Amerika en Europa door de first person shooter (FPS) games Doom (1993) en Quake (1996). Een van de eerste toernooien van de Cyber Professional League voor een live publiek, was the Foremost Roundup of Advanced Gamers (The Frag) in 1997.
  • In het Oosten en vooral in Zuid-Korea ging de voorkeur meer uit naar Massively Multi-user Online Role Playing Games (MMORPG). Voorbeelden waren Lineage (1998) en Real Time Strategy Games, zoals Warcraft (1994) en Starcraft (1998). Gaming events werden toen al uitgezonden op televisie in Korea.

In 2000 werden de eerste World Cyber Games gehouden en in 2003 de eerste wereldkampioenschappen (Electronic Sports World Cup). Deelnemers moesten om hun land te vertegenwoordigen, zich eerst kwalificeren via nationale kampioenschappen. In Nederland wordt in Eindhoven sinds 2005 het jaarlijkse landskampioenschap gehouden, als onderdeel van het Dutch Gaming Festival. Sinds 2010 zit esports pas echt in de lift. Dat kwam doordat via het internet diverse streaming media (ESPN, Yahoo!, Sport1, Kicker, Twich.tv, Mixer.com en YouTube) esports wedstrijden aanboden, waar veel naar gekeken werd. De website Twitch.tv ontwikkelde zich tot hét platform voor esports wedstrijden.■

Terug naar de inhoudsopgave?